Op ieder potje past een ...
De auteur beschrijft haar stuk als volgt: Linda Somers is na haar uren Topconsulente van Topperware. Vanavond geeft ze haar 100ste demonstratie. Maar net vandaag is het vrijdag de 13de. Wat een mooie dag had moeten worden, wordt een nachtmerrie. Door een staking geraakt Linda niet tijdig thuis. In paniek belt ze Pol, haar man. Maar die heeft twee linkerhanden. De buurman en zijn nichtje zijn bereid om even in te springen. Linda daagt niet op en "de gasten" arriveren ... Het is een raar allegaartje dat komt opdagen. Ook de reden waarom sommigen de demonstratie bijwonen is niet zo evident. Een gezellige avond met alles erop en eraan?
Ieder potje past een - affiche

Ieder potje past een - affiche

Op ieder potje past een ... - 01

Op ieder potje past een ... - 01

Op ieder potje past een ... - 02

Op ieder potje past een ... - 02

Op ieder potje past een ... - 03

Op ieder potje past een ... - 03

Op ieder potje past een ... - 04

Op ieder potje past een ... - 04

Op ieder potje past een ... - 05

Op ieder potje past een ... - 05

Op ieder potje past een ... - 06

Op ieder potje past een ... - 06

Op ieder potje past een ... - 07

Op ieder potje past een ... - 07

Op ieder potje past een ... - 08

Op ieder potje past een ... - 08

Op ieder potje past een ... - 09

Op ieder potje past een ... - 09

Op ieder potje past een ... - 10

Op ieder potje past een ... - 10

Op ieder potje past een ... - 11

Op ieder potje past een ... - 11

Op ieder potje past een ... - 12

Op ieder potje past een ... - 12

Op ieder potje past een ... - 13

Op ieder potje past een ... - 13

Op ieder potje past een ... - 14

Op ieder potje past een ... - 14

Op ieder potje past een ... - 15

Op ieder potje past een ... - 15

Op ieder potje past een ... - 16

Op ieder potje past een ... - 16

Op ieder potje past een ... - 17

Op ieder potje past een ... - 17

Op ieder potje past een ... - 18

Op ieder potje past een ... - 18

Op ieder potje past een ... - 19

Op ieder potje past een ... - 19

Op ieder potje past een ... - 20

Op ieder potje past een ... - 20

Op ieder potje past een ... - 21

Op ieder potje past een ... - 21

Op ieder potje past een ... - 22

Op ieder potje past een ... - 22

Op ieder potje past een ... - 23

Op ieder potje past een ... - 23

Op ieder potje past een ... - 24

Op ieder potje past een ... - 24

Op ieder potje past een ... - 25

Op ieder potje past een ... - 25

Op ieder potje past een ... - 26

Op ieder potje past een ... - 26

Op ieder potje past een ... - 27

Op ieder potje past een ... - 27

Op ieder potje past een ... - 28

Op ieder potje past een ... - 28

Op ieder potje past een ... - 29

Op ieder potje past een ... - 29

Op ieder potje past een ... - 30

Op ieder potje past een ... - 30

Op ieder potje past een ... - 31

Op ieder potje past een ... - 31

Op ieder potje past een ... - 32

Op ieder potje past een ... - 32

Op ieder potje past een ... - 33

Op ieder potje past een ... - 33

Op ieder potje past een ... - 34

Op ieder potje past een ... - 34

Op ieder potje past een ... - 35

Op ieder potje past een ... - 35

Op ieder potje past een ... - 36

Op ieder potje past een ... - 36

Op ieder potje past een ... - 37

Op ieder potje past een ... - 37

Op ieder potje past een ... - 38

Op ieder potje past een ... - 38

Op ieder potje past een ... - 39

Op ieder potje past een ... - 39

Op ieder potje past een ... - 40

Op ieder potje past een ... - 40

Op ieder potje past een ... - 41

Op ieder potje past een ... - 41

Op ieder potje past een ... - 42

Op ieder potje past een ... - 42

Op ieder potje past een ... - 43

Op ieder potje past een ... - 43

Op ieder potje past een ... - 44

Op ieder potje past een ... - 44

Op ieder potje past een ... - 45

Op ieder potje past een ... - 45

Op ieder potje past een ... - 46

Op ieder potje past een ... - 46